Memorie van toelichting

  • 11 augustus 2019 om 20:33 #967
    Ralph
    Bijdrager

    MEMORIE VAN TOELICHTING (CONCEPT)
    3.3.2. Voorgesteld gebied van deskundigheid van de verpleegkundige
    Dit wetsvoorstel beoogt het deskundigheidsgebied van de verpleegkundige te actualiseren, om aan te sluiten bij de onder paragraaf 3.1 genoemde ontwikkelingen in de maatschappij en de zorg en de wens vanuit het veld om een duidelijkere afbakening en differentiatie in het verpleegkundig domein. Deze ontwikkelingen en wensen zijn reeds verdisconteerd in het beroepsprofiel zoals dat staat beschreven in het eerder genoemde rapport ‘Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en de verzorging’. Bij de totstandkoming van het beroepsprofiel is aansluiting gezocht bij de Richtlijn 2005/36/EG en het huidige onderwijs26.
    Het voorstel betreft een actualisatie. De kernaspecten van de deskundigheid van de verpleegkundige worden beter voor het voetlicht gebracht; er is geen inhoudelijke aanpassing beoogd. Dit betekent dat degene die nu als verpleegkundige is ingeschreven in het BIG-register, deze inschrijving behoudt indien dit voorstel tot wet wordt verheven. Ook de toelatingseis tot inschrijving in het register van verpleegkundigen verandert niet: om als verpleegkundige te kunnen worden ingeschreven, blijft vereist minimaal het bezit van een diploma van een mbo-opleiding tot verpleegkundige.27
    Het voorgestelde deskundigheidsgebied van de verpleegkundige bestaat uit de volgende aspecten:
    a. het stellen van een verpleegkundige diagnose;
    b. het uitvoeren van handelingen op het gebied van observatie, begeleiding, organisatie van zorg,
    preventie, verpleging en verzorging;
    c. het opstellen, uitvoeren en evalueren van een verpleegplan;
    d. het uitvoeren van activiteiten op het gebied van kwaliteitszorg;
    e. het ingevolge opdracht van een beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele
    gezondheidszorg verrichten van handelingen in aansluiting op diens diagnostische en therapeutische werkzaamheden.
    Daarbij wordt opgemerkt dat de handelingen op het deskundigheidsgebied van de verpleegkundige ten minste worden verricht met de kennis en vaardigheden die zijn opgedaan na het met goed gevolg afsluiten van een opleiding in de verpleegkunde op mbo-niveau (tenminste NLQF-4).
    Het voorgestelde gebied van deskundigheid komt voor een groot deel overeen met het huidige gebied van deskundigheid. Hieronder worden de aanpassingen puntsgewijs besproken.
    Allereerst wordt opgemerkt dat de handelingen uit het voorgestelde deskundigheidsgebied onder sub a tot en met c, gericht zijn op het ondersteunen van de zelfredzaamheid. Hiermee wordt bedoeld dat de verpleegkundige de zorgvragers, hun naasten en hun sociale netwerk ondersteunt in het behoud of verbeteren van hun functioneren, in relatie tot de kwaliteit van leven, gezondheid en ziekte. Het ondersteunen van de zelfredzaamheid van de zorgvrager sluit verder ook aan bij de maatschappelijke ontwikkelingen waarbij mensen steeds ouder worden, vaak meerdere chronische aandoeningen tegelijkertijd hebben en langer thuis wonen.
    Ad a.
    De zorgverlening van een verpleegkundige start met een verpleegkundige diagnose. De verpleegkundige diagnose vormt daarmee een kernaspect van de deskundigheid van een verpleegkundige en daarom wordt voorgesteld dit onderdeel toe te voegen aan het deskundigheidsgebied. In de opleiding tot verpleegkundige vormt de verpleegkundige diagnose een belangrijk onderdeel.28
    Onder een verpleegkundige diagnose wordt verstaan een oordeel van een verpleegkundige (op basis van klinisch redeneren) over een gezondheidssituatie ten aanzien waarvan de verpleegkundige op grond van zijn opleiding deskundig is.29 Dat is voor de verpleegkundige dus een opleiding op NLQF-4. De verpleegkundige zal een verpleegkundige diagnose stellen volgens protocollen en richtlijnen.
    Ad b.
    Tot het deskundigheidsgebied van de verpleegkundige wordt thans reeds gerekend: het uitvoeren van handelingen op het gebied van observatie, begeleiding, verpleging en verzorging. Het wetsvoorstel beoogt hierin geen wijzigingen aan te brengen. Voor de duidelijkheid zij hierbij opgemerkt dat onder begeleiding mede psychosociale begeleiding wordt verstaan. Verder wordt voorgesteld de aspecten ‘organisatie van zorg’ en ‘preventie’ toe te voegen. Het aspect van preventie is toegevoegd aan het voorgestelde deskundigheidsgebied, omdat in het huidige deskundigheidsgebied onvoldoende naar voren komt dat de verpleegkundige ook deskundig is op het gebied van preventie, die zich met name richt op de individuele zorgvrager. In de mbo- opleiding tot verpleegkundige vormt preventie een belangrijk onderdeel. Zo bevat het onderwijs elementen die gaan over preventie bij personen met een ziekte, beperking of gezondheidsprobleem, ook wel de zorggerelateerde preventie genoemd. Daarnaast kan de verpleegkundige op basis van het onderwijs ook handelingen verrichten op het gebied van geïndiceerde preventie (deze vorm van preventie richt zich op het voorkomen van het ontstaan van een ziekte of beperking bij een persoon met een verhoogd risico).
    Daarnaast is de verpleegkundige deskundig op het gebied van de organisatie van zorg rondom de individuele zorgvrager. De verpleegkundige zorgt ervoor dat de zorgvrager een zoveel mogelijk samenhangend zorgaanbod ontvangt en werkt daarin samen met collega’s van eigen en andere disciplines. Hierbij neemt de verpleegkundige de bestaande zorgprocessen en samenwerkingsafspraken als uitgangspunt.
    Ad c.
    Het opstellen, uitvoeren en evalueren van een verpleegplan is als aspect toegevoegd aan het voorgestelde deskundigheidsgebied, omdat in het huidige deskundigheidsgebied onvoldoende naar voren komt dat de verpleegkundige deskundig is op dit terrein. De opleiding tot verpleegkundige omvat immers onderwijs dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in het opstellen van een verpleegplan, en het uitvoeren, het evalueren en het vastleggen van de verpleegkundige zorg.30 De verpleegkundige werkt in dit kader samen met andere zorgprofessionals uit de eigen en andere disciplines en betrekt op effectieve wijze de zorgvrager, diens naasten en sociale netwerk bij het opstellen van het verpleegplan. Overigens wordt een verpleegplan in de praktijk ook wel aangeduid als zorgplan.
    Ad d.
    Het uitvoeren van activiteiten op het gebied van kwaliteitszorg is toegevoegd aan het voorgestelde deskundigheidsgebied, omdat in het huidige deskundigheidsgebied ook onvoldoende naar voren komt dat de verpleegkundige deskundig is op dit gebied. Dit aspect van deskundigheid is direct ontleend aan hetgeen in de opleiding tot verpleegkundige wordt behandeld.31 Op basis van deze bepalingen omvat de opleiding tot verpleegkundige immers onderwijs dat gericht is op de professionele ontwikkeling en het bieden van goede kwaliteit van zorg. Kort gezegd zijn deze activiteiten gericht op het borgen en verhogen van de kwaliteit van zorg, zoals het registreren en signaleren van de werkbaarheid van richtlijnen en protocollen. Verder draagt de verpleegkundige bij aan professionalisering door het begeleiden van collega-zorgverleners. De verpleegkundige is, om de kwaliteit van zorg te bevorderen, goed op de hoogte van zorginhoudelijke en technologische ontwikkelingen.

    3.4. De regieverpleegkundige
    3.4.1. De deskundigheid van de regieverpleegkundige
    Een belangrijk onderdeel van dit wetsvoorstel is het toevoegen van het beroep van regieverpleegkundige aan artikel 3 van de Wet BIG. In deze paragraaf wordt het voorgestelde deskundigheidsgebied van de regieverpleegkundige beschreven.
    Het onderscheid tussen de deskundigheid van de verpleegkundige en de regieverpleegkundige komt tot uiting in het niveau waarop de werkzaamheden worden verricht en meer specifiek in de volgende aspecten: het initiëren en regisseren van het zorgproces in brede zin, ook waar deze brancheoverstijgend is en het initiëren en ontwikkelen van activiteiten op het gebied van kwaliteitszorg (zoals het ontwikkelen van kwaliteitsstandaarden). Daarnaast heeft de regieverpleegkundige in de organisatie van zorg een rol op zorgvrager-overstijgend niveau. Het voorgaande betekent dat de werkzaamheden van een regieverpleegkundige veelal in een andere context worden verricht en betrekking hebben op een andere doelgroep.

    Het voorgestelde deskundigheidsgebied is gebaseerd op het beroepsprofiel en het opleidingsprofiel van de bachelor verpleegkundige en bestaat uit de volgende aspecten:
    a. Het stellen van een verpleegkundige diagnose;
    b. het initiëren en regisseren en uitvoeren van handelingen op het gebied van observatie,
    begeleiding, organisatie van zorg, preventie, verpleging en verzorging;
    c. het opstellen, uitvoeren en evalueren van een verpleegplan;
    d. het initiëren, ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten op het gebied van kwaliteitszorg;
    e. het ingevolge opdracht van een beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele
    gezondheidszorg verrichten van handelingen in aansluiting op diens diagnostische en therapeutische werkzaamheden.

    Daarnaast wordt opgemerkt dat de handelingen op het deskundigheidsgebied van de regieverpleegkunde ten minste moeten worden verricht met de kennis en vaardigheden die zijn opgedaan na het met goed gevolg afsluiten van een opleiding in de verpleegkunde op hbo-niveau (tenminste NLQF-6). Een en ander komt tot uiting in het kader van de herregistratie, beschreven onder paragraaf 3.4.3.

    Alle handelingen uit het voorgestelde deskundigheidsgebied van de regieverpleegkundige onder sub a tot en met c, zijn net zoals bij de verpleegkundige, gericht op het ondersteunen van het zelfredzaamheid. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2.
    Het voorgestelde gebied van deskundigheid van de regieverpleegkundige wordt hieronder nader toegelicht, voor zover dit verschilt met het eerder besproken gebied van deskundigheid van de verpleegkundige.

    Ad a.
    Onder een verpleegkundige diagnose wordt verstaan een oordeel van een regieverpleegkundige (op basis van klinisch redeneren) over een gezondheidssituatie ten aanzien waarvan de regieverpleegkundige op grond van zijn opleiding deskundig is. De mate van het klinisch redeneerniveau wordt bepaald aan de hand van de vereiste opleiding, namelijk de hbo-opleiding, gekwalificeerd op NLQF-6. Regieverpleegkundigen kunnen daarom, meer dan de verpleegkundigen, in complexe situaties waarbij de geldende protocollen en richtlijnen onvoldoende houvast bieden, een verpleegkundige diagnose stellen. De regieverpleegkundige werkt hierbij zo mogelijk op basis van evidence based practice.33 De regieverpleegkundige heeft de vaardigheid om eigen observaties en interpretaties te koppelen aan medische en wetenschappelijke kennis (op onder andere het gebied van fysiologie, anatomie, pathologie en farmacologie).

    Ad b.
    Het onderscheidende aspect ten opzichte van de deskundigheid van de verpleegkundige is in dezen het vermogen van de regieverpleegkundige om de handelingen genoemd onder b niet alleen uit te voeren, maar deze ook te initiëren en te regisseren binnen het zorgproces in brede zin. Bij dat laatste aspect moet er bijvoorbeeld aan worden gedacht dat de regieverpleegkundige een samenhangend zorgaanbod realiseert dat aansluit bij de behoefte van de zorgvrager. Naast het direct op de zorgvrager gerichte aanbod geeft de regieverpleegkundige vorm aan zorgstructuren die het individuele niveau van de zorgvrager overstijgen.
    De regieverpleegkundige zal in meer complexe zorgsituaties zorg verlenen dan de verpleegkundige. De mate van complexiteit wordt onder meer bepaald door de voorspelbaarheid van de zorgsituatie. Hoe minder voorspelbaar de zorgsituatie, hoe complexer de casus. Daarnaast wordt de mate van complexiteit ook bepaald door het aantal aandoeningen en problemen van een zorgvrager. De zorgsituatie bij een zorgvrager die naast dementie ook een gebroken heup heeft, is dus complexer dan bij een zorgvrager die alleen een gebroken heup heeft. Ook andere omstandigheden, bijvoorbeeld in de privésfeer van de zorgvrager, kunnen ertoe leiden dat de zorg minder voorspelbaar en dus complexer wordt.
    Voor zover een regieverpleegkundige handelingen verricht op het gebied van preventie, zal de regieverpleegkundige zich – anders dan de verpleegkundige – ook bezighouden met collectieve preventie (deze vorm van preventie is gericht op de gehele bevolking). Bovendien voert de regieverpleegkundige niet enkel handelingen op het gebied van preventie uit, maar indiceert, ontwikkelt en organiseert deze ook.

    Ad d.
    De regieverpleegkundige heeft ten aanzien van kwaliteitszorg een andere deskundigheid dan de verpleegkundige. Anders dan de verpleegkundige zal de regieverpleegkundige zich niet alleen richten op het registreren en signaleren van de effectiviteit van protocollen en richtlijnen, maar kan de regieverpleegkundige ook (bijdragen aan) het ontwikkelen van kwaliteitsstandaarden en daaruit protocollen en richtlijnen afleiden, in samenwerking en afstemming met andere partijen. Het initiëren en interpreteren van onderzoek gericht op het verhogen van kwaliteit behoort ook toe aan het deskundigheidsgebied van de regieverpleegkundige. Vanuit dat onderzoek zet de regieverpleegkundige zich in voor evidence based werken en het professionaliseren van de werkomgeving. De regieverpleegkundige kan andere zorgverleners begeleiden en coachen bij het werken met en ontwikkelen van kwaliteitsstandaarden, richtlijnen en protocollen. Het spreekt voor zich dat de regieverpleegkundige goed op de hoogte is van zorginhoudelijke en technologische ontwikkelingen.
    V&VN heeft in het rapport ‘Zelfstandige bevoegdheden voor de hbo opgeleide verpleegkundige’ geadviseerd om op de voet van artikel 36a van de Wet BIG te starten met een experiment om aan de regieverpleegkundige zelfstandige bevoegdheid tot het verrichten van bepaalde voorbehouden handelingen toe te kennen.34 Op basis van het voorliggende advies is de regering voornemens, indien dit wetsvoorstel wordt aanvaard, op termijn een dergelijk experiment te starten. De komende periode zal hieraan, in samenspraak met betrokken partijen, nadere invulling worden gegeven.

    Ad e.
    Ook de regieverpleegkundige zal, net als de verpleegkundige, in opdracht handelingen kunnen verrichten, mits hij hiervoor bevoegd en bekwaam is. Niet beoogd is om hierin af te wijken van de verpleegkundige.
    (bron: https://www.internetconsultatie.nl/bigii/document/3265)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.